Cultuur en groei
Gastheer: Jan Douwe Kroeske (Double 2 bv)
Gasten: Yasmine Allas (schrijfster, voorzitter Marhaba), Raymond van den Boogaard (chef kunst NRC Handelsblad), Monali Meher (beeldend kunstenaar), Marjan Scharloo (directeur Teylers Museum)
Jan Douwe Kroeske (met Double 2 bv een van de ondertekenaars van het cultureel akkoord van Schokland) opent met een best practice die hij hielp opzetten: North Sea Nairobi, dat leidde tot de komst van Burning Spear, het Nigeriaanse platenlabel Sawa Sawa en plannen voor een gelijknamig festival volgende zomer, alles in nauwe samenwerking tussen Nederlanders en Kenianen.
Het gesprek dat volgde leverde tal van observaties en argumenten op voor de plaats van cultuur in internationaal beleid.
- Cultuur is essentieel vanaf de geboorte, van mensen en van landen. En zeker in de puberteit, als de verbeelding begint te werken – als je ontdekt dat de wereld groter is dan waar je bent. De confrontatie met kunst opent je wereld. Maar je krijgt er een geheim bij. Het is altijd tegelijk een gedeelde en een hoogst persoonlijke ervaring. Neem je de mogelijkheid weg om cultuur te consumeren, dan ontneem je het individu de mogelijkheid zich te ontwikkelen. Het bevorderen van het individu bevordert de samenleving. In het beste geval ontleent iemand aan kunst en cultuur een gevoel van eigenwaarde. Het geeft je een eigen stem, maakt je onafhankelijk en daarmee – hopelijk – nieuwsgieriger en toleranter.
- Kunst en cultuur hoort bij je ontwikkeling. Een beschaafd mens hoort zich ermee te engageren, anderen ervan in kennis te stellen en daarmee zijn eigen grenzen te overstijgen.
- Maar kunst en cultuur zijn complex. Ze kunnen mensen en samenlevingen ook ongewenste en zelfs fatale vormen van eigenwaarde bezorgen, zie de Balkan. Vaak is een kunstenaar daarom eerder uit op het ontmantelen van zijn identiteit dan op het produceren van cohesie.
- Deze nadruk op de individualiteit van de kunstenaar en de kunstconsument zou je westers kunnen noemen. De export van zulke culturele waarden is in de afgelopen decennia lang niet altijd succesvol geweest: in een deel van de Arabische wereld bij voorbeeld is hij in zijn tegendeel verkeerd.
- Waarom zouden Nederlandse politici aandacht en budget vrijmaken voor cultuur in hun internationaal beleid, als de effecten ervan zo onvoorspelbaar en complex kunnen zijn? Los van de traditie om aan ontwikkelingssamenwerking te doen (of die nu voortkomt uit schuldgevoel, christelijk medeleven met de minder bedeelden, het voorkomen van nog meer chaos en rampen in de wereld, de verrijking van de eigen, relatief jonge cultuur) zijn daar voldoende argumenten voor te bedenken:
- Kunst zet mensen in beweging. Het geeft ze een sterker gevoel van identiteit en thuis. Meer trots kan leiden tot minder emigratie en dus een afname van de braindrain die zoveel ontwikkelingslanden teistert.
- Steun aan kunst en cultuur in ontwikkelingsgebieden hoort niet vanuit een politieke ideologie te gebeuren. Als wij hier in het kunstbeleid het principe van Thorbecke hooghouden, waarin de overheid zich niet inhoudelijk over kunst uitspreekt, zouden we ook aan de culturele steun die we exporteren geen oneigenlijke, sociale of politieke eisen moeten stellen.
- Culturele export is een tango. Wat je zelf maakt verleidt de ander. Je moet je durven te laten leiden maar ook de ruimte krijgen om zelf te leiden.
- Juist in een versnellende, technologische wereld (veel Afrikanen bellen meer mobiel dan via vaste lijnen) ontstaat er een interessante confrontatie van het oude en het nieuwe. Een kunstenaar kan zijn cultuur nooit afschudden: die volgt hem als een schaduw. Tegelijk overschrijden hij en zijn werk grenzen zoals nooit tevoren. Een Afrikaanse band die een 1500 jaar oud lied speelt staat er morgen mee op youtube.
- Nederland zou daarom juist nu voorop kunnen lopen met de kwaliteiten die ons onderscheiden: het zorgen voor faciliteiten, infrastructuur, organisatie en nieuwe platforms. Zoals wij goed zijn in de organisatie en de distributie van onze cultuur, zo zouden we ook anderen kunnen helpen dat te doen. De paradox is dat we cultuur in ontwikkelingslanden zouden versterken door ze niet alleen met de vrijheid van distributie te helpen, maar ook met het toezicht daarop. De export van digitale versleutelingsmethodes zou de Afrikaanse en Aziatische muziek- en filmindustrie vooruit helpen, die nu lijdt onder het ontbreken van copyrights waardoor illegaal kopiëren al te makkelijk wordt.
- Hulp bij het ontwikkelen van een culturele infrastructuur zorgt nu voor een continue dialoog en legt de basis voor contacten in de toekomst, wanneer ontwikkelingshulp niet langer nodig is. Het kweekt bovendien goodwill, waarvan politieke en economische contacten profiteren.
- Zulke steun en samenwerking kan leiden tot culturele projecten die aan beide kanten zorgen voor inkomsten, werkgelegenheid en nieuwe produktie.
- Omdat kunstenaars vaak dicht tegen de kringen van opiniemakers en beleidsmakers aanzitten, betekent culturele steun ook het ontwikkelen van een nieuwe, kosmopolitischer elite.
- Wil je de effecten van culturele export en steun meten, dan is een culturele effectrapportage op zijn plaats – maar alleen als die meet naar culturele criteria, en die zijn ruimer dan alleen economische.
Reacties:
Sylvia Borren - Culturele export is een tango?
Paul Voogt - Cultuur en groei
- login om te reageren