De strategische experts

Verslag van het eerste diner ter voorbereiding van de bijeenkomst Grenzeloze nieuwsgierigheid. Vijf experts doen aanbevelingen om het belang van een internationaal cultuurbeleid zichtbaar te maken.
Datum: 
21 augustus 2007

Gastvrouw: Els van der Plas (Prins Claus Fonds)
Gasten: Erik van Bruggen (BKB), Henriëtte van der Linden (ICN), Monique Korzelius (DCO/IC), Leon Ramakers (consultant)

Een gesprek met vijf mensen die gewend zijn iets aan de man te brengen. Daarom definieerden we eerst waarvoor deze campagne gevoerd wordt – een werkelijk internationaal cultuurbeleid – en hadden het vervolgens over de beste manier om dat over het voetlicht te krijgen. Hoe maak je zichtbaar om welke kunst en cultuur het gaat? Hoe bereik je daarvoor zoveel mogelijk publieksaandacht? Want dat draagvlak is nodig om ook politici en beleidsmakers van de noodzaak te doordringen meer aandacht en budget vrij te maken voor een werkelijk internationaal cultuurbeleid.

Els van der Plas opende door een paar best practices te noemen, ondersteund door het PCF:

  • Culture Emergency Response (CER): bv de bibliotheek in Bagdad
  • Afrikaanse mode
  • The Short Century, tentoonstelling, curator Okwui Enwezor

In het gesprek dat volgde werden een heel aantal suggesties en aanbevelingen geformuleerd over hoe het thema beter te formuleren en hoe meer publieks- en politieke aandacht te genereren.

Aanbevelingen:

  • In een globaliserende wereld vol beelden die overal vandaan komen helpt kunst en cultuur ons om andere landen te leren kennen. Ze geven contekst en nuance. Het is daarom tijd voor nieuwsgierigheidsbeleid.
  • Honger in Afrika haalt het nieuws vaak niet. Kunst is goed nieuws. Bijzondere evenementen geven een ander beeld. Neem de Fotobiennale in Bamako. Zorg voor Nederlandse (en Europese) deelnemers. Nodig Nederlandse (en Europese) journalisten uit er verslag van te doen. Breng er bewindslieden en parlementariërs naartoe. Help zo de Bamako-biennale groot te maken. Nederland laat zich van zijn beste kant kennen. Tegelijk versterk je zo de lokale infrastructuur en werkgelegenheid. Het levert mooie beelden op, en het zorgelijke nieuws komt vanzelf mee.
  • Veel van de fondsen en organisaties die het akkoord van Schokland ondertekenden zijn slecht geëquipeerd om de waarde van het werk dat ze ondersteunen uit te dragen, om de argumenten voor het uitbreiden van aandacht en budget te formuleren en er de juiste aandacht voor te creëren. Laat ze een dag hun best practices pitchen voor netwerkers als Van Bruggen en Ramakers, die vervolgens helpen de juiste mediaconnecties aan te spreken.
  • Culturele scholing van ambassademedewerkers kan altijd beter. Zij kunnen met culturele ambtsberichten verbindingen leggen tussen daar en hier.
  • Bewindslieden struikelen zelden over hun cultuurbeleid, ook omdat de budgetten relatief klein zijn. Maar ze kunnen er wel hun imago mee versterken. Op een werkbezoek van twee dagen is er altijd een half dagdeel ingeruimd voor cultuur. Ook zij beschouwen dat als een goede manier om een samenleving te leren kennen. Het budget voor cultuur en ontwikkeling zou moeten corresponderen met die aandacht.
  • Cultuur hoort naast of binnen de bestaande Millennium Goals. Dus: Maak het werk zichtbaar. Daar en in Nederland. Leg geen meetbaarheidsdogma op aan kunst, maar laat wel de culturele, sociale en economische neveneffecten zien. Maak het zichtbaar!
 

Tot zover de aanbevelingen en suggesties zoals die door vijf mensen tussen voorgerecht en toetje geformuleerd werden. Er zijn er vast meer. Hoe komen we tot een werkelijk internationaal cultuurbeleid, wat is de beste manier om dat over het voetlicht te krijgen? Hoe maak je zichtbaar om welke kunst en cultuur het gaat? Hoe bereik je daarvoor zoveel mogelijk publieksaandacht? Graag uw reactie, kritiek, aanvullingen.

Chris Keulemans

Reacties:

Silvia Borren: Welke cultuur krijgt hoeveel macht en middelen?
Bram Buijze: Nieuwsgierigheid en zichtbaarheid

Cultuurbestedingsnationalisme

Sinds kort zijn we met onze internationale Oddstream projecten begonnen in Nijmegen en het valt op dat er sprake is van cultuurbestedingsnationalisme in Nederland. ‘Oddstream’ betekent letterlijk ‘vreemde stroom’ en staat voor de mix tussen culturen, kunstzinnige uitingen en diverse stromingen. De deelnemers uit verschillende landen leven en werken een periode intensief met elkaar, maken een productie en vertonen die aan het einde aan publiek op een toonaangevend podium. Dergelijke projecten zijn relatief kostbaar en vrij veel fondsen maar tevens gemeente en provincies willen eigenlijk alleen geld geven voor jongeren uit hun land, hun provincie of hun stad. Dit noem ik met een verzonnen woord cultuurbestedingsnationalisme. De Europese Commissie steunt een dergelijk project van harte en het Europese Culturele Fonds en de raad van Europa staan vaak positief tegenover dergelijke initiatieven. In Nijmegen en waarschijnlijk in de meeste kleinere steden /gemeenten bestaat er geen internationaal cultuurbeleid en daar ligt denk ik wel een gemiste kans. Het zou mooi zijn als het normaal zou zijn als er een internationaal cultureel festival in b.v. de gemeente Aa en Hunze (bij ons allemaal bekend) zou plaatsvinden. Een gemeente en provincie krijgt vaak als opdracht mee om zoveel mogelijk mensen aan kunst en cultuur te laten deelnemen en dat is enerzijds terecht maar niet altijd bevorderlijk voor kleinschalige internationale projecten op het gebied van de amateurkunst. Ik zou graag zien dat er juist meer middelen beschikbaar komen voor internationale cultuurparticipatie projecten op amateurkunst niveau, waar men elkaar echt leert kennen en samenwerkt aan producties en die aan de sameleving presenteert. Ik kan mij ook goed vinden in hetgeen Sylvia Borren schreef over geld voor community art in Nederland. Naast cultuurprojecten gerelateerd aan het Zuiden moeten we ons tevens op cultuur binnen Europa en Nederland zelf richten. Zo krijgen we een werkelijk internationaal cultuurbeleid.